Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.2

Reiskosten kinderen onder de 18 jaar

Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2023

De reiskosten van schoolgaande kinderen behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit het reguliere inkomen bekostigd moeten worden. Daarnaast is er een voorliggende voorziening; de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) en het Provinciaal Groninger Studiefonds. Per 1-1-2017 geldt voor MBO-scholieren < 18 jaar dat zij een studentenkaart kunnen aanvragen voor gratis reizen met het openbaar vervoer. In principe worden kinderen geacht naar de dichtstbijzijnde school te gaan die het onderwijs aanbiedt dat het kind moet of wil volgen. Er is sprake van bijzondere reiskosten als de school verder weg is gelegen dan 10 kilometer van de eigen woonplaats. Wordt gebruik gemaakt van speciaal onderwijs, niet zijnde Leerweg ondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs, dan is het leerlingenvervoer de voorliggende voorziening en wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Is hier geen sprake van dan wordt bijzondere bijstand verstrekt, mits het noodzakelijk is (onderwijs dat het kind moet volgen) dat het onderwijs verder dan 10 kilometer van de woonplaats gevolgd wordt.

Rechtspraak bij dit artikel