8.2.1Kosten kinderopvang in het geval van het volgen van een re-ïntegratietraject
Belanghebbenden die een re-ïntegratietraject volgen, hebben soms kinderopvang nodig. In die gevallen is de Wet op de kinderopvang de voorliggende voorziening. Eventueel kunnen middelen uit het participatiebudget of de bijzondere bijstand als een tegemoetkoming ingezet worden.
Aanvraag
De tegemoetkoming dient schriftelijk te worden aangevraagd door middel van een daarvoor bestemd aanvraagformulier.
Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat tenminste een afschrift van het contract met de kinderopvanginstelling en het toekenningsbewijs van de kinderopvangtoeslag.
Een aanvraag van een ouder jonger dan 27 jaar bevat tevens een afschrift van het inschrijfbewijs bij de onderwijsinstelling.
De aanvraag om een tegemoetkoming kan ambtshalve plaatsvinden voor de ouder met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ.
Hoogte tegemoetkoming
De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal de volledige eigen bijdrage. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van de maximale uurprijs door het rijk vastgesteld.
Wijze van betaling
De tegemoetkoming wordt aan de hand van inlevering van maandelijkse facturen uit het re-integratiebudget van de Participatiewet gefinancierd bij een ouder die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ.
De tegemoetkoming wordt in de vorm van bijzondere bijstand verstrekt bij een ouder jonger dan 27 jaar die geen recht heeft op een uitkering op grond van de Participatiewet en terug naar school wordt/is geleid in het kader van de scholingsplicht (art. 13 lid 2 sub c Participatiewet).
De (voorlopige) tegemoetkoming wordt per kalenderjaar in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld.
Elk kalenderjaar vindt achteraf altijd de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming plaats aan de hand van definitieve beschikking van de belastingdienst.
8.2.2Kosten kinderopvang op sociale/medische gronden (SMI)
Kosten van kinderopvang die noodzakelijk worden geacht op medische- en/of sociale gronden kunnen zover er geen voorliggende voorziening is in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
Een voorbeeld van een noodzaak op sociale gronden is als iemand in het kader van maatschappelijke participatie deelneemt aan sociale activiteiten en hiervoor gebruik moet maken van kinderopvang. Bij medische indicatie dient altijd een extern advies te worden opgevraagd.
Op 1 januari 2021 is wettelijk vastgelegd dat gezinnen waarin de ene ouder werkt en de andere ouder een permanente indicatie heeft vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) recht krijgen op kinderopvangtoeslag. Vanaf die datum kunnen zij via de Belastingdienst/Toeslagen kinderopvangtoeslag aanvragen. Deze ouders kunnen dus geen beroep meer doen op een vergoeding SMI bij gemeenten.
Tevens is overeengekomen om ook gezinnen waarin de ene ouder een tijdelijke Wlz-indicatie heeft en de andere ouder werkt recht te geven op kinderopvangtoeslag. Deze gezinnen maken vanaf 1 januari 2023 voor het eerst aanspraak op de toeslag. Dit is een voorliggende voorziening op de SMI. Deze ouders kunnen dus geen beroep meer doen op een vergoeding SMI bij gemeenten.