Naar hoofdinhoud
1.. Voor het houden van een hoorzitting dient de meerderheid van de leden van een kamer aanwezig te zijn. 2.. Wanneer slechts één lid van de kamer aanwezig is kan de hoorzitting niettemin doorgang vinden als de belanghebbende(n), het bestuursorgaan en het betrokken lid daartegen geen bezwaar hebben. 3.. Van het eerste lid wordt afgeweken wanneer het horen op grond van artikel 7:13, derde lid, van de wet wordt opgedragen aan de voorzitter of een lid van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel