1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2°, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen BDB-normbedragen; voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op het bewegingsonderwijs, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen VNG-normbedragen.
2. Voor voorzieningen huisvesting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 3, 4, 5 en 8 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de feitelijke kosten.
3. Voor voorzieningen huisvesting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 6 en 7 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen VNG-normbedragen.
4. Voor voorzieningen huisvesting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, c en d wordt vergoeding vastgesteld overeenkomstig de feitelijke kosten.
5. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 12% van het geraamde investeringsbedrag.