Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 6a.

Indienen aanvraag

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Hollands Kroon 2022

1. Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend. Deze aanvraag moet uiterlijk op 31 januari van het jaar waarin van het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. 2. Aanvragen die na 31 januari worden ontvangen neemt het college niet in behandeling. 3. In afwijking van het eerste lid, wordt een aanvraag voor een voorziening geacht te zijn ingediend als deze voorziening is opgenomen in de uitwerking en planning van het IHP. Voor de aanvragen in dit lid, blijven de artikelen 7 tot en met artikel 10 lid 8 buiten toepassing. Artikel 7. Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag 1. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd; d. de voorziening die wordt aangevraagd; e. de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit: 1°. een verwijzing naar de actuele prognose, die het college in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs heeft opgesteld van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs of school voor voortgezet onderwijs als het een aanvraag betreft voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 8°; 2°. als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage als bedoeld in bijlage I, deel A, onder A.2; 3°. als de aanvraag betrekking heeft op herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage van een daartoe in nader overleg te bepalen deskundig bureau, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld; 4°. als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een raming van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening f. de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening, en g. als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd. 2. Het college stelt de aanvrager voor 15 februari schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 15 maart (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. 3. Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit schriftelijk mee aan de aanvrager en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel