Beleidsregel 1.3.1 mantelzorg/hulp uit netwerk:
Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp van mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub c en d, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en verordening artikel. 4 lid 1 sub d, artikel.7 lid 2
Mantelzorg wordt omschreven als hulp die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg en hulp uit het netwerk is voor een betrokken samenleving onmisbaar. Om mogelijk te maken dat een cliënt langer in de eigen leefomgeving kan blijven wonen moet een groter beroep worden gedaan op het sociale netwerk.
Veelal ontvangt een cliënt al mantelzorg. Indien de mantelzorger bereid is en in staat is om deze (bovengebruikelijke) hulp te blijven bieden, waardoor de cliënt voldoende zelfredzaam is en voldoende kan participeren, is een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk. Toekenning van een persoonsgebonden budget voor betaling van een mantelzorger die deze zorg al langere tijd kosteloos biedt, is niet mogelijk.
De mogelijkheid bestaat dat een cliënt nog geen of onvoldoende mantelzorg ontvangt. Onderzoek naar de mogelijkheden van hulp uit het netwerk moet dan eerst plaatsvinden. Van belang hierbij is dat uit onderzoek is gebleken dat er vaak sprake is van vraagverlegenheid bij cliënten, maar ook van handelingsverlegenheid bij personen uit het netwerk. Door de cliënt, eventueel samen met iemand uit het wijkteam en/of een onafhankelijke cliëntondersteuner, moet voordat een beroep gedaan kan worden op een maatwerkvoorziening, het netwerk in kaart gebracht worden en personen uit dit netwerk gevraagd worden naar de mogelijkheden tot het bieden van hulp.
Kortom, een maatwerkvoorziening is slechts bedoeld als aanvulling op mantelzorg en hulp uit het netwerk of bij een noodzaak voor het ontlasten van de mantelzorg (respijtzorg).
Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de mantelzorger (tijdelijk) niet in staat is de (gebruikelijke) hulp op zich te nemen vanwege (dreigende) overbelasting. Indien andere personen uit het netwerk of algemene en algemeen beschikbare voorzieningen (zie paragraaf 1.4) onvoldoende zijn om de mantelzorger te ontlasten, kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt aan de cliënt ter ontlasting van diens mantelzorger.
Nadere regel 1.3.2 waardering mantelzorgers:
De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten bestaat uit een waarderingsweek voor de mantelzorg met nader in te vullen waarderingsactiviteiten die toegankelijk zijn voor een brede groep mantelzorgers.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, 2.1.6 en Verordening artikel 15
Omdat mantelzorg onmisbaar is voor een betrokken samenleving en bijdraagt aan het betaalbaar houden van de zorg, is een blijk van waardering voor mantelzorgers op zijn plaats. Deze blijk wordt op een immateriële wijze ingevuld door een week voor de mantelzorg te organiseren met waarderingsactiviteiten voor de mantelzorgers, waarbij inbreng van ideeën voor activiteiten door mantelzorgers mogelijk is. Het doel is om een brede groep mantelzorgers te bereiken, waarbij speciale aandacht uitgaat naar mantelzorgers die nog niet voldoende in beeld zijn voor deze blijk van waardering, bijvoorbeeld jonge mantelzorgers en allochtone mantelzorgers.
Daarnaast wordt ingezet op ondersteuning waar mantelzorgers behoefte aan hebben om de zorg te kunnen blijven bieden aan de cliënt, zoals het behouden of uitbreiden van de mogelijkheden voor:
Vraaggerichte individuele ondersteuning;
Workshops;
Lotgenotengroepen;
Nazorg (na overlijden of permanente opname van de cliënt);
Respijtzorg, zowel informeel met algemene voorzieningen (bijvoorbeeld vrijwillige ondersteuning thuis) als formeel met maatwerkvoorzieningen.