Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Afbakening andere wet- en regelgeving

Onderdeel van Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2024

Beleidsregel 1.5.1 Wet langdurige zorg (Wlz): Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf in een instelling op grond van de Wlz of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop een aanspraak kan doen maar weigert om hieraan mee te werken. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 6 Iemand met een Wlz-indicatie verblijf of iemand die aanspraak zou kunnen maken op deze indicatie, heeft geen recht op maatwerkvoorzieningen met uitzondering van: Regiotaxi - Rolstoel Vervoermiddelen Woningaanpassing Woonvoorzieningen-woonhulpmiddelen Bezoekbaar maken van de woning indien de cliënt in een instelling binnen de MVS-regio. Een Wlz-indicatie verblijf is aan de orde wanneer de cliënt langdurig permanent toezicht nodig heeft. Het gaat bij permanent toezicht om toezicht waarop de cliënt op basis van aandoeningen, stoornissen en beperkingen noodzakelijkerwijs is aangewezen op regelmatige en onregelmatige momenten en die geboden wordt op basis van actieve observatie. Het toezicht kan gericht zijn op: het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en/of, het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of, het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). Vanaf 2021 is er voor cliënten met psychiatrische problematiek van langdurige aard toegang tot de Wlz in plaats van beschermd wonen op grond van de Wmo. Indien een client niet leerbaar is of blijkt en de beperkingen chronisch van aard zijn, moet beoordeeld worden of de Wlz voorliggend is. Beleidsregel 1.5.2 zorgverzekeringswet: Indien de zorgverzekeringswet mogelijkheden biedt, waarmee een cliënt voldoende in staat is tot zelfredzaamheid en participatie, is er geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.2 lid 4 sub f, artikel 2.3.5 lid 5 sub b, Verordening artikel 4 lid 1 sub g en artikel 7 lid 2 Voorbeelden: uitleenhulpmiddelen, zoals rolstoelen en douche-/toiletstoelen voor tijdelijke beperkingen (korter dan 6 maanden); begeleiding die nodig is bij of naar aanleiding van (geneeskundige) zorg die medisch specialisten bieden; begeleiding die nodig is bij behandeling of revalidatie; (dagelijkse) persoonlijke verzorging en/of verpleging, waardoor al een dagstructuur/dagelijkse routine wordt geboden en geen of minder individuele begeleiding nodig is. Uitzonderingen: behandelmijding, bijvoorbeeld bij een verstoorde oordeelsvorming of het ontbreken van ziektebesef en/of ziekte-inzicht en er een risico op verwaarlozing bestaat (ondersteuning zal dan ook gericht zijn om cliënt tot de noodzakelijke behandeling te bewegen); ambulante behandeling die de cliënt onvoldoende zelfredzaamheid en participatie biedt. De aanvullende verzekering valt niet onder de zorgverzekeringswet. Het staat cliënten vrij om zich aanvullend te verzekeren. Indien cliënten een aanvullende verzekering hebben, moeten ze gebruik maken van de mogelijkheden die deze biedt, wat van invloed kan zijn op de noodzaak voor of de omvang van een indicatie van een maatwerkvoorziening. Een voorbeeld van een mogelijkheid binnen een aanvullende verzekering is mantelzorgvervanging. Beleidsregel 1.5.3 Wet kinderopvang: Het gebruik van kinderopvang (kinderdagverblijf/crèche en voor-, tussen- en naschoolse opvang) voor gezonde kinderen tot 5 dagen per week is voorliggend op kindverzorging als maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.2.1 & Verordening artikel 7 lid 2 Het gebruik van kinderopvang, mits beschikbaar, is voorliggend bij uitval van (één van) de ouders bij het verzorgen van de kinderen. Beleidsregel 1.5.4 Jeugdwet: Voor kinderen/jeugd tot 18 jaar geldt dat de Jeugdwet voorliggend is op de Wmo voor meedoen in de stad met ondersteuning op maat. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub c & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 Beleidsregel 1.5.5 Participatiewet/WAO/WIA/Wajong/Ziektewet: Wanneer de cliënt met ondersteuning in staat is om (aangepast) te werken of om naar school te gaan/te studeren, bestaat er geen aanspraak op dagbesteding binnen meedoen in de stad met ondersteuning op maat. Alleen wanneer de cliënt volledig arbeidsongeschikt is of langdurig (> 6 maanden) ontheven is van de arbeidsverplichting, kan dagbesteding worden verstrekt ter vervanging van arbeid. Voor begeleiding tijdens werk/school/studie is geen ondersteuning mogelijk. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub d, e, f en g & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 Mogelijke uitzonderingen: er is (tijdelijk) geen werk/school/studie beschikbaar voor de cliënt; een cliënt heeft een deeltijd werkweek op medische gronden (overige dagdelen is dagbesteding mogelijk indien noodzakelijk) Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en/of kans op herstel, ligt de nadruk op re-integratie. Hiervoor ligt de verantwoordelijkheid bij het UWV voor de WAO/WIA of bij de gemeente voor de participatiewet. Beleidsregel 1.5.6 Vervoersvoorziening voor werk: Indien een cliënt aanspraak heeft of zou kunnen maken op een vervoersvoorziening via het UWV en deze biedt voldoende mogelijkheid tot participatie, is hiervoor geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub e & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 Via het UWV kan men in aanvulling op een vergoeding voor woon-werkverkeer, ook aanspraak maken op sociaal vervoer (combinatie werk-leefvervoer). Indien deze vervoersvoorziening de cliënt voldoende in staat stelt tot participatie, bestaat er op grond van de Wmo geen recht op een vervoersvoorziening. Beleidsregel 1.5.7 Subsidieregeling ADL-assistentie Fokus: Ondersteuning in en om de Fokuswoning maakt onderdeel uit van de aanspraak op ADL-assistentie middels een subsidieregeling, zodat maaltijdverzorging als maatwerkvoorziening niet noodzakelijk is en meedoen in de stad met ondersteuning op maat alleen aanvullend op de ADL-assistentie kan worden toegekend. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 De ADL-assistentie biedt naast alle persoonlijke verzorging, ondersteuning bij de dagelijkse routine en structuur en bij het voeren van regie. Ook ondersteunt de ADL-assistentie bij praktische vaardigheden en handelingen ten behoeve van de zelfredzaamheid, waaronder hulp bij het bereiden van de maaltijden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel