Naar hoofdinhoud
Beleidsregel 2.8.1 rolstoel: Een cliënt kan voor een rolstoel in aanmerking komen indien beperkingen dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en andere (loop)hulpmiddelen geen adequate oplossing bieden. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.2 sub f, artikel 2.3.5 lid 5 sub b en Verordening artikel 4 lid 1 sub g en artikel 7 Het criterium om in aanmerking te komen voor een rolstoelvoorziening is de vaststelling dat de cliënt regelmatig of de gehele dag is aangewezen op zittend verplaatsen in en om de woonruimte. Bovendien moet een loophulpmiddel, zoals een rollator, onvoldoende uitkomst bieden. Een rolstoel wordt verstrekt inclusief onderhoud. Beleidsregel 2.8.2 elektrische rolstoel: Een elektrische binnenrolstoel of een elektrische binnen-/buitenrolstoel kan worden verstrekt indien de cliënt ernstige beperkingen heeft bij het verplaatsen op de koste afstanden en onvoldoende in staat is om zich functioneel voort te bewegen in een handbewogen rolstoel. Een elektrische buitenrolstoel wordt verstrekt indien de cliënt geen gebruik kan maken van een scootmobiel. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Er moet sprake zijn van een zelfstandige verplaatsingsbehoefte in en om de woning en de rolstoelvoorziening dient bij te dragen aan de zelfredzaamheid bij het leven van alledag. Een elektrische binnen/buitenrolstoel of een elektrische buitenrolstoel heeft wat betreft gebruiksdoel een overlap met een scootmobiel. Er wordt geen scootmobiel verstrekt naast een elektrische binnen/buitenrolstoel of een elektrische buitenrolstoel. Indien de cliënt zowel in de woning als buiten de woning is aangewezen op een elektrische rolstoel, dan is één elektrische binnen/buitenrolstoel voorliggend op het verstrekken van twee aparte elektrische rolstoelen. Een elektrische rolstoel wordt verstrekt inclusief onderhoud en, indien de voorziening buitenshuis wordt gebruikt, inclusief WA-verzekering. Beleidsregel 2.8.3 aanpassingen rolstoel: Alleen voor de cliënt noodzakelijke aanpassingen ten behoeve van het functionele gebruik van de rolstoel kunnen worden verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Voorwaarden/criteria voor bijzondere aanpassingen: Een vijfde wiel/handbike kan niet verstrekt worden als de cliënt gebruik maakt van een scootmobiel of een elektrische rolstoel; Een aankoppelbare elektrische aandrijfunit of een elektrische handbike wordt uitsluitend verstrekt indien een scootmobiel niet bruikbaar is voor een cliënt. Bovendien wordt een dergelijke voorziening niet verstrekt naast een elektrische rolstoel; Een duwbekrachtiger wordt niet verstrekt naast een scootmobiel of een elektrische rolstoel en bij de duwer van de rolstoel moet sprake zijn van objectiveerbare beperkingen bij het duwen van de rolstoel. Beleidsregel 2.8.4 sportvoorziening: Een cliënt kan voor een sportvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen sportbeoefening zonder sportvoorziening onmogelijk maken. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Voorwaarden/criteria: Vervalt; Een sportvoorziening is specifiek bestemd voor de cliënt en wordt enkel door de cliënt gebruikt; Wanneer gebruik van een ADL-rolstoel/voorziening (beleidsregels 2.10.1, 2.10.2 en 2.10.3) voor recreatief sporten mogelijk is, wordt geen sportvoorziening toegekend; Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt indien de cliënt lid is van een gehandicaptensportvereniging. Een sportvoorziening wordt eenmaal in de 3 jaar verstrekt en de cliënt is zelf verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel