Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Vervangende leerplicht

Onderdeel van Instructie voor de medewerkers leerrecht 2022

(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet en artikel 12, tweede lid Wet register onderwijsdeelnemers) Blijkt aan de medewerker Leerrecht dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan zorgt de medewerker Leerrecht er voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) binnen 10 werkdagen worden gevoerd. De medewerker Leerrecht zorgt er voor dat de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd. Hij zorgt ervoor dat de vastgelegde afspraken in het leerlingendossier worden opgenomen en dat degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard binnen vijf werkdagen over de afspraken worden geïnformeerd. De medewerker Leerrecht zorgt er voor dat het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de jongere wordt uitgelegd en dat de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen. De medewerker Leerrecht besluit, namens het college, binnen vier weken op een verzoek als bedoeld in artikel 3a, eerste lid en artikel 3b, eerste lid van de wet. Binnen twee weken na het nemen van het besluit zendt hij een afschrift aan betrokkenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel