Naar hoofdinhoud
1.. De subsidiehoogte wordt bepaald door: de omvang van het aanbod, het aantal subsidiabele uren, het van toepassing zijnde tarief peuteropvang en ve en de daadwerkelijk betaalde ouderbijdrage; het aantal peuters met een indicatie ve, het van toepassing zijnde tarief van de pbm’er ve en het aantal houders met ve-locaties zonder ve-peuters. 2.. Het basisaanbod peuteropvang betreft een aanbod van een voorschoolse voorziening met een omvang van minimaal 240 tot maximaal 320 uur per jaar, verspreid over 2 dagen per week. Dit aantal uur is gebaseerd op minimaal 6 tot maximaal 8 uur per week x 40 (school)weken per jaar. 3.. Het aanvullend aanbod voorschoolse educatie binnen een peuteropvanggroep betreft een aanbod van een ve-gecertificeerde voorziening voor peuteropvang aan geïndiceerde peuters. Het aanvullend aanbod komt bovenop het basisaanbod van 320 uur per jaar, en heeft een omvang van maximaal 320 uur per jaar, zodat het totale aanbod aan geïndiceerde peuters maximaal 640 uur per jaar bedraagt. Dit aantal uur is gebaseerd op 8 uur per week x 40 (school)weken per jaar. 4.. Het aanvullend aanbod voorschoolse educatie binnen een dagopvanggroep betreft een aanbod van een ve-gecertificeerde voorziening voor hele dagopvang aan geïndiceerde peuters. Dit is voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag. Het aanvullend aanbod komt bovenop al afgenomen opvang van minimaal 320 uur per jaar, en heeft een omvang van 320 uur per jaar, zodat het totale gesubsidieerde aanbod aan geïndiceerde peuters op de dagopvang maximaal 640 uur per jaar bedraagt. Er geldt een maximum van 6 uur ve per dag en het aanbod mag verspreid worden over 52 weken per jaar. 5.. De subsidie bestaat uit een bijdrage per uur per geplaatste peuter en wordt bepaald door de soort locatie (met of zonder VE-kwaliteit) en type opvang (peuteropvang of dagopvang) waar de peuter gebruik van maakt, en het aantal bereikte VE-peuters per jaar: Voor locaties met enkel het basisaanbod peuteropvang bestaat de subsidie uit het maximum uurtarief kinderopvangtoeslag minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage Voor locaties met ve-aanbod bestaat de subsidie voor het basisaanbod uit het maximum uurtarief kinderopvang minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage plus een vergoeding voor de ve-kwaliteit. Deze ve-plus is verschillend voor ve in de peuteropvang of voor ve in de dagopvang. Voor het aanvullend ve-aanbod op deze locaties bedraagt de subsidie het volledige ve-tarief: maximum uurtarief kinderopvangtoeslag met ve-plus voor peuteropvang of dagopvang. Indien er in een subsidiejaar op een VE-gecertificeerde peuteropvanglocatie geen geïndiceerde peuters gebruik hebben gemaakt van het aanbod, wordt deze locatie voor de subsidie aanschouwd als een locatie met enkel het basisaanbod peuteropvang, zoals beschreven in artikel 11, lid 5 onder a. d. 6.. De subsidie voor de inzet van de pbm’er ve bestaat uit 2,5 uur per ve-geïndiceerde peuter per kwartaal dat de peuter van het aanbod gebruik heeft gemaakt. In totaal komt dit neer op 10 uren inzet van een pbm’er per ve-peuter per jaar. Deze ureninzet is gebonden aan de ve-locatie waar een ve-peuter geplaatst is. 7.. Houders met één of meerdere ve-locaties zonder geplaatste ve-peuters ontvangen 10 uur inzet van een pbm’er per jaar om de kwaliteit van ve daar op peil te houden. 8.. De subsidieopbouw en de tarieven zijn nader gespecificeerd in bijlage A, waarbij jaarlijks het in het Besluit Kinderopvangtoeslag vastgestelde maximum uurtarief voor dagopvang van de Belastingdienst wordt gevolgd met daarbovenop de vaste lokale ve-plus voor de peuteropvang of dagopvang.

Rechtspraak bij dit artikel