**1..** Het college kan de uitkering tijdelijk, gedurende één maand, weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt;
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of
belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.
**2..** Het college kan de uitkering tijdelijk, gedurende twee maanden, weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als belanghebbende binnen 24 maanden voor de tweede keer iets doet, dan wel nalaat, zoals beschreven in het eerste lid.
**3..** Het college kan de uitkering blijvend weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW van de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als belanghebbende binnen 24 maanden voor de derde keer iets doet, dan wel nalaat, zoals beschreven in het eerste lid.
Hoofdstuk 6.
Artikel 19.
Tijdelijk en blijvend weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Nederweert 2023