**1..** Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
het college vaststelt dat de gedraging meer dan 3 maanden geleden is gebeurd.
de gedraging meer dan drie maandengeleden door het college is geconstateerd en naar aanleiding van deze gedraging nog geen besluit door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college ziet af van een verlaging bij dringende redenen of individuele bijzondere omstandigheden.
**3..** Als het college af ziet van een verlaging, krijgt de belanghebbende hiervan een besluit.
**4..** Het afzien van een verlaging volgens lid 2 telt mee voor het vaststellen van recidive.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Nederweert 2023