Naar hoofdinhoud
In artikel 2.6.8 zijn de overige geldende urgentiegronden opgenomen. Het betreft de volgende urgentiegronden: woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren. Deze urgentiegrond wordt aangeduid als "calamiteiten-urgentie"; woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van een woningzoekende, die op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie verkeren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders alleen opgelost kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.6.7 bedoelde urgentiecategorie. Deze urgentiegrond wordt aangeduid als "sociale-medische urgentie"; woningzoekenden waarvan de huidige woonruimte behoort tot een door burgemeester en wethouders op grond van een in artikel 2.6.8.2 aangewezen complex (een in het kader van stadsvernieuwing te slopen of te renoveren complex). Deze urgentiegrond wordt aangeduid als "SV-urgentie"; woningzoekenden waarvan de binnen de gemeente gelegen zelfstandige woonruimte als gevolg van een calamiteit naar het oordeel van burgemeester en wethouders duurzaam ongeschikt is voor bewoning; vergunninghouders die op grond van artikel 28 van de wet voor een periode van vijf jaar zijn gehuisvest met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid tweede volzin van het Burgerlijk Wetboek en waarvan deze huurovereenkomst eindigt, waarna de vergunninghouder niet op eigen kracht een andere woonruimte kan vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel