Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Bepalingen gemeentetoeslag peuteropvang

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VVE gemeente Opsterland 2021

1.. De gemeente Opsterland keert de subsidie maandelijks achteraf uit aan de houder. De houder stuurt daarvoor een overzicht van de daadwerkelijk afgenomen uren aan de gemeente. De houder is zelf verantwoordelijk voor het innen van de ouderbijdrage bij de ouders en eventueel optredend debiteurenverlies. 2.. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de gemeentetoeslag zodra het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders of verzorgers zijn aan de houder verplicht per ommegaande te melden dat zij in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. 3.. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie van de ‘adviestabel ouderbijdrage’ vallen, kan een houder de ouderbijdrage herzien op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of de meest recente inkomensverklaring. 4.. Indien sprake is van inkomenswijziging door werkeloosheid, kunnen kinderopvanggerechtigden nog gedurende 3 maanden aanspraak maken op de kinderopvangtoeslag. Nadat deze termijn verstreken is kunnen ouders in aanmerking komen voor gemeentetoeslag. Om hiervoor in aanmerking te komen is het van belang dat de ouders tijdig een aanvraag indienen. 5.. Als op enig moment blijkt dat ouders of verzorgers de voorgaande periode wel recht op kinderopvangtoeslag hebben gehad en de ouders of verzorgers dit niet (tijdig) hebben gemeld, wordt de gemeentetoeslag door de gemeente Opsterland teruggevorderd bij de houder vanaf de datum dat het recht op de kinderopvangtoeslag is ingegaan. 6.. De gemeentetoeslag wordt stopgezet op de dag dat de peuter 4 jaar oud wordt of als een tussentijdse wijziging plaats heeft gevonden waardoor niet meer aan de voorwaarden voor de gemeentetoeslag wordt voldaan. 7.. Wanneer de ouder twee weken te laat is met betalen, stuurt de houder binnen een week na dat verzuim een herinnering naar de ouder. Indien de ouder niet binnen twee weken alsnog betaalt, stuurt de houder een aanmaning. Indien niet binnen twee weken na de aanmaning is betaald, stuurt de houder direct een tweede aanmaning. In de tweede aanmaning vermeldt de houder dat de peuteropvang beëindigd zal worden indien betaling uitblijft. 8.. Wanneer de ouder niet binnen twee weken na de tweede aanmaning heeft betaald, beëindigt de houder de peuteropvang. De ouder wordt daarvan door de houder schriftelijk op de hoogte gesteld. 9.. Na beëindiging als bedoeld in het achtste lid, informeert de houder de gemeente over de hoogte van de misgelopen ouderbijdrage. Daarbij toont zij middels de in het zevende en achtste lid genoemde correspondentie aan dat aan die leden is voldaan. 10.. Voor zover is voldaan aan de leden zeven tot en met negen, wordt de aan houder te verstrekken subsidie verhoogd met de misgelopen ouderbijdragen.

Rechtspraak bij dit artikel