Er zijn trends en factoren die de groei van de automobiliteit en gebruik van het parkeerareaal beïnvloeden. Die zijn vooral terug te voeren op voortgaande verstedelijking, groei van aantallen woningen, demografie, economie, technologie, werk- en openingstijden. Deze invloeden zijn merkbaar in het gebruik van parkeerplaatsen.
Landelijke trends laten nog steeds een groei van het Nederlandse autopark zien. Op 1 januari 2022 waren er 8,9 miljoen personenauto’s, 1,7 procent meer dan een jaar eerder. Vergeleken met tien jaar geleden is het aantal personenauto’s met 13,8 procent toegenomen.
Ook in Dijk en Waard nam de afgelopen jaren het autobezit toe. Op 1 januari 2022 waren er 44 840 particuliere personenauto’s geregistreerd.
Volgens het CBS telde Nederland begin 2022 gemiddeld 1,1 auto per huishouden. In Dijk en Waard is dat iets hoger, namelijk 1,2 auto’s per huishouden. Dit is nog exclusief voertuigen die niet op een huisadres staan geregistreerd, zoals leaseauto’s en bedrijfsbusjes. Het aantal auto’s per huishouden is niet sterk aan verandering onderhevig. Maar door de groei van het aantal kleine huishoudens neemt het autobezit per persoon per saldo nog steeds toe. Het autobezit is uiteraard niet gelijkmatig over de huishoudens verdeeld. Ruim een kwart van de
huishoudens heeft namelijk geen auto. Ongeveer de helft van de huishoudens heeft 1 auto. En 6% van de huishoudens heeft 3 auto’s of meer, en is daarmee goed voor 18% van alle auto’s.
Bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid
De verwachting is dat het autobezit op korte termijn niet zal dalen. De totale vloot en het aantal auto’s per inwoner blijven naar verwachting toenemen, maar minder snel dan in de afgelopen decennia. Tegen 2040 zijn er naar schatting 10 miljoen auto’s, ofwel 523 auto’s per 1.000 inwoners.
Bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid
De afgelopen vijf jaar hebben vooral de 80-plussers gezorgd voor de groei van het wagenpark. In 2015 had deze leeftijdscategorie per duizend inwoners slechts 324 auto’s. Dit groeide in vijf jaar tijd uit tot 375. Bij de jongeren nam het autobezit enigszins af, waarbij in 2020 een tussenstand gemeten werd van 283 auto’s per duizend mensen in de leeftijd van 18 tot 30 jaar.
Bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid
In Dijk en Waard is van oudsher een sterke gerichtheid op de auto en dit is terug te zien in de dominantie van parkeren en verharding in het straatbeeld. Dit komt voort uit de sterke groei van het aantal woningen en de nadruk op automobiliteit in de voorgaande decennia. Hierdoor nemen veel mensen ‘standaard de auto’. In stedelijke gebieden is wel een voorzichtige ontwikkeling gaande. Vooral jongere consumenten vinden bezit van een eigen auto minder belangrijk indien er voldoende alternatieven aanwezig zijn. Digitale ontwikkelingen maken vervoer 'on demand' en andere flexibele oplossingen mogelijk. Mobiliteit wordt daarbij beschouwd als een dienst, ook wel ‘Mobility as a Service’ (MaaS) genoemd. Met MaaS kiest de reiziger op elk moment het vervoermiddel dat voor hem het gunstigst is. Daarbij spelen kosten, tijdsduur, flexibiliteit en duurzaamheid een belangrijke rol. Mensen met de meest positieve houding ten opzichte van nieuwe vormen van mobiliteit zijn jongeren, stedelingen, hoogopgeleiden, alleenstaanden en mensen die op dit moment geen auto bezitten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Trends en ontwikkelingen autobezit en -gebruik.
Onderdeel van Nota Parkeernormen 2022