Het aanbod van alternatieve vervoerswijzen is in bijvoorbeeld Amsterdam of de Wieringermeer van een ander niveau dan in Dijk en Waard. Dit heeft te maken met de mate van stedelijkheid. In het algemeen geldt dat met het afnemen van de mate van stedelijkheid het autobezit per huishouden toeneemt. In landelijk gebied is het autobezit per huishouden dus het hoogst en in de grote steden het laagst. De stedelijkheidsgraad heeft daarom invloed bij het bepalen van de juiste parkeernormen. De CROW-methodiek maakt gebruik van de stedelijkheidklassen zoals het CBS die vaststelt aan de hand van de omgevingsadressendichtheid. De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in adressen per vierkante kilometer en beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, naar school gaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Op onderstaande afbeelding is zichtbaar dat de stedelijke kern Heerhugowaard een hogere stedelijkheid heeft dan de dorpskernen daaromheen.
In tweede instantie is gekeken of de ruimtelijke en bereikbaarheidskenmerken van bepaalde stedelijke zones binnen de gemeente Dijk en Waard leiden tot een verdere fijnmazigheid. In de CROW-methodiek wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen centrummilieus, gebieden daar direct omheen, rest van de bebouwde kom en het buitengebied. Uit studies blijkt dat functies in een centrumgebied een lagere parkeervraag hebben dan functies van dezelfde soort elders in de gemeente. In het centrum zijn betere alternatieven voor de auto aanwezig door de aanwezigheid van openbaar vervoer en een centrale ligging in het fietsnetwerk. Daardoor is het gebruik van de auto er vaak minder. Ook zijn er in een centrumgebied meer en geconcentreerde voorzieningen aanwezig (vergeleken met het omliggende gebied) en zijn de afstanden om deze voorzieningen te bereiken kleiner. Hierdoor wordt vaker gebruik gemaakt van de fiets en voet om deze voorzieningen te bezoeken. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal geringer en de kwaliteit ervan minder, waardoor het autogebruik hoger is.
Een derde onderscheid is het al dan niet toepassen van parkeerregulering. In Dijk en Waard is in een gebied in en rondom het Stadshart en Stationsgebied een vorm van parkeerregulering ingevoerd (betaald parkeren, vergunningenparkeren of blauwe zone) of waar parkeerregulering is voorgenomen in de gebiedsontwikkeling. Binnen dit gebied hanteert de gemeente een meer sturend parkeerbeleid gericht op een optimale verdeling van schaarse ruimte, betere leefbaarheid, minder automobiliteit en bevorderen van actieve en duurzame mobiliteit. Daarbij geldt dat de parkeerregulering dan wel een aaneengesloten groter gebied moet betreffen (buurt/wijkniveau), omdat anders de parkeervraag makkelijk kan verschuiven naar de directe omgeving.
De kencijfers van het CROW bevatten een bandbreedte tussen minimaal en maximaal te hanteren parkeerplaatsen per functie. Binnen die bandbreedte stelt de gemeente een parkeernorm vast, gebaseerd op het lokale autobezit en het lokale mobiliteitsbeleid. Omdat statistieken laten zien dat Dijk en Waard rond het landelijk en provinciale gemiddelde ligt qua autobezit per huishouden, wordt het gemiddelde aangehouden.