De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling dient bij de planvoorbereiding of een vergunningaanvraag de functies te specificeren en aantallen woningen en/of de oppervlakten per functie aan te leveren, zodanig dat voldoende duidelijk is wat de ontwikkeling precies inhoudt. De parkeervraag wordt per functie berekend door de oppervlakte van de functie of eventuele andere eenheid te vermenigvuldigen met de parkeernorm uit deze nota. De som van de parkeervraag van alle functies vormt de parkeervraag.
Op basis van vaste jurisprudentie van de Raad van State behoeft bij een ruimtelijke ontwikkeling slechts te worden voorzien in de toename van de parkeerbehoefte. Bij verlenen van een omgevingsvergunning kan niet worden afgedwongen dat tevens wordt voorzien in de opheffing van een reeds bestaand tekort aan parkeerplaatsen. Het gaat om de toename van de parkeerdruk op de openbare ruimte ten gevolge van het bouwplan. Indien op een locatie een uitbreiding plaatsvindt of een functie wordt toegevoegd, moet slechts voor die extra oppervlakte of die toegevoegde functie worden voorzien in extra parkeerplaatsen. Uiteraard moeten opgeheven parkeerplaatsen als gevolg van zo’n bouwplan wel gecompenseerd worden. Bij functiewijzigingen mag de berekende parkeerbehoefte worden verminderd met de parkeervraag van de oude functie (bestaande bestemming) voor zover deze is vast te stellen. Daarbij moet rekening gehouden moet worden met de aanwezigheidspercentages per dagdeel (salderingsregeling). Uitgangspunt is dat de parkeerdruk in openbaar gebied niet mag toenemen als gevolg van een functiewijziging.