Voor openbare gebouwen dient tenminste 1 gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd te worden. In openbare en private parkeervoorzieningen dient minimaal 2% van het totale aantal plaatsen te bestaan uit gehandicaptenparkeerplaatsen. Als de verwachte parkeerbehoefte voor gehandicapten afwijkt, bijvoorbeeld bij zorginstellingen, dan is maatwerk vereist. De gehandicaptenparkeerplaats (en) dienen zo dicht mogelijk en maximaal 50m van de (hoofd)ingang van een gebouw liggen. Bij de maatvoering moet worden voldaan aan de richtlijnen van het CROW. Ook kunnen aan de hand van monitoring in praktijk aangewezen gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangepast.