Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 15.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Voorne aan Zee 2023

1.. Burgers kunnen in een vergadering maximaal vijf minuten het woord voeren over onderwerpen die de werkzaamheden van de commissie aangaan. Spreekrecht is niet mogelijk over onderwerpen waarover formele inspraakprocedures op grond van speciale wettelijke regelingen, of bezwaar- en beroepsprocedures gaande zijn of al afgerond zijn. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5.. Voor alle sprekers gezamenlijk zijn maximaal dertig minuten spreektijd gereserveerd. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Rechtspraak bij dit artikel