Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Omgevingsvergunning bouw

Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bibob Gemeente De Bilt 2023

1.. In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo of in geval van een reeds verleende vergunning als bedoeld in artikel 5.19 vierde lid onder b van de Wabo verricht het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek, indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of; informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of; informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of; vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of; overige signalen; vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene (dan wel degene die op grond van artikel 2.20 van de Wabo met hem gelijkgesteld kan worden) en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. 2.. In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo verricht het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek indien de aanvraag betrekking heeft op één of meer van de volgende risicocategorieën: horecabedrijven; seks- en escortbedrijven; inrichtingen waarin middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet te koop worden aangeboden (coffeeshops); inrichtingen waarin psychoactieve substanties (waaronder niet traditionele genotsmiddelen op natuurlijke basis) te koop worden aangeboden (smartshops); inrichtingen waarin benodigdheden voor binnenshuis of in een kas kweken van diverse gewassen en planten te koop worden aangeboden (growshops); inrichtingen waarin artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs te koop worden aangeboden (headshops); shishalounges; speelautomatenhallen; sportscholen en fitnesscentra; wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s); autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage); belwinkels, internetcafés en gamecenters; woonruimte voor arbeidsmigranten; woonwagenterreinen; religieuze instellingen; afvalbewerking- en verwerkingsbedrijven; kamerverhuurbedrijven, hotels, logies zoals van onzelfstandige woningen, kamers en etages met gedeelde voorzieningen in woongebouwen; kapsalons (niet in de vorm van een aan huis gebonden beroep); opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen; verblijfsinrichtingen; recreatieterreinen; vuurwerkbranche; zonnevelden, zonneweiden; zorgbranche, zorgbureaus en pgb (persoonsgebonden budget)-bureaus; branches of locaties waarvoor op grond van de APV een exploitatievergunning dient te worden aangevraagd, anders dan hierboven vermeld; het toevoegen van voor zelfstandige bewoning geschikte ruimtes in een bestaande bouwwerken; de aanvraag is gericht op een activiteit gelegen in een aangewezen en bekend gemaakt risicogebied. 3.. Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Het college van burgemeester en wethouders kan deze lijst, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, aanpassen. 4.. In de situatie dat een aanvrager in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag, een vergunning heeft aangevraagd bij de gemeente waarbij het Bibob vragenformulier al is ingediend, hoeft niet het gehele vragenformulier opnieuw ingevuld te worden, maar kan volstaan worden met het afleggen van een verklaring dat zich geen wijzigingen hebben voorgedaan op financieel en organisatorisch/juridisch gebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel