Een budgethouder is in staat om de resultaten uit het perspectiefplan te kunnen vertalen in een persoonlijk budgetplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een persoonlijk budgetplan bij de gemeente moeten overleggen en een daarbij horende zorgovereenkomst bij de SVB. Het invullen van het persoonlijk budgetplan en de zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden.
Het college acht een budgethouder/ budgetbeheerder voldoende vaardig als de budgethouder/ budgetbeheerder:
Kennis heeft van het doel van de Jeugdwet, de Wmo en andere relevante wetgeving
Kennis heeft van beperkingen en stoornissen en van de hulpvraag.
Kennis heeft om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en de omvang in te schatten om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen.
In staat is zelf het pgb-plan/budgetplan op te stellen/ in te vullen.
Kennis heeft over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen.
De Nederlandse taal in woord en geschrift beheerst.
Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de budgetbeheerder worden dezelfde voorwaarden gesteld als aan de budgethouder. Daarnaast zijn er een aantal extra voorwaarden met betrekking tot een budgetbeheerder waarop het college de budgetbeheerder beoordeeld:
De budgetbeheerder woont op redelijke afstand van de budgethouder of is in staat om digitaal goed te voldoen aan alle gestelde eisen.
De budgetbeheerder, als vertegenwoordiger van de jeugdige, mag het pgb niet aan zichzelf uitkeren als zijnde pgb-hulpverlener tenzij dit de ouders/verzorgers in 1e en 2e graad betreft.
De budgetbeheerder heeft kennis op het gebied van zowel financiën als zorgtaken.
De budgetbeheerder mag zelf niet onder bewind staan.
Artikel 2.1
Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan
Onderdeel van Beleidsregels persoonsgebonden budget (pgb) Jeugdwet