Naar hoofdinhoud
1.. De ouder doet aantoonbaar al het mogelijke om de periode, waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn. 2.. De ouder doet aantoonbaar al het mogelijke om het aantal uren, waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk te laten zijn. 3.. De ouder verleent medewerking, zoals beschreven in het onderzoeksverslag, om samen met de jeugd- en gezinscoach de (gezins)omstandigheden te verbeteren, zodat de noodzaak voor de tegemoetkoming wordt beperkt. 4.. De ouder doet aantoonbaar al het mogelijke om tijdens de periode van de tegemoetkoming een structurele oplossing te vinden voor de (gezins)omstandigheden, indien de problematiek niet tijdelijk van aard is.

Rechtspraak bij dit artikel