**1..** Het college weigert de tegemoetkoming indien:
de ouder niet behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2;
ouder(s) bij start onderzoek niet of onvoldoende meewerkt (meewerken) aan onderzoek naar voorliggende oplossingen, bijvoorbeeld inzet of uitbreiding netwerk van ouders, netwerkconferentie of buurtgezinnen;
ouder(s) niet bereid is (zijn) om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken;
de opvang naar oordeel van het college niet noodzakelijk is;
de opvang naar verwachting van het college niet zal plaatsvinden;
sprake is van een voorliggende voorziening.
**2..** Van een voorliggende voorziening is in ieder geval sprake indien:
de ouder of partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen;
naar oordeel van het college gebruik kan worden gemaakt van andere adequate (opvang)voorzieningen in professionele zin;
in niet-professionele zin, bijvoorbeeld binnen het eigen netwerk;
er een andere vergoeding mogelijk is.
HOOFDSTUK 3
Artikel 7
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een sociaal-medische indicatie (SMI) Dijk en Waard