**1..** Met begrippen bedoelen we bepaalde woorden die meer uitleg nodig hebben.
In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Begrippen die in deze verordening zijn gebruikt, maar niet zijn terug te vinden in wetten, worden hier uitgelegd. Ook begrippen met verschillende betekenissen, worden uitgelegd. In deze verordening bedoelen we met:
Alleenstaande ouder: iemand die niet getrouwd is en niet samenwoont, die zorgt voor 1 of meer kinderen jonger dan 21 jaar, en daar verantwoordelijk voor is. In de wet zijn kinderen tot hun 18e jaar, kind. In deze verordening is dat tot hun 21e jaar. Zo kunnen alleenstaande ouders langer gebruikmaken van de hogere individuele inkomenstoeslag. Iemand is ook alleenstaande ouder als diegene samenwoont met zijn of haar vader, moeder of kind. Of diegene woont samen met een broer, zus, opa, oma of kleinkind en 1 van de huisgenoten heeft zoveel zorg nodig dat die persoon zonder de zorg niet zelfstandig kan wonen.
inkomen: alle inkomsten, beschreven in artikel 32 van de Participatiewet, plus de algemene bijstand;
peildatum: datum waarop iemand individuele inkomenstoeslag aanvraagt. De peildatum is de aanvraagdatum, behalve als het recht op een later moment ontstaat of de aanvrager speciaal om een andere peildatum vraagt. Die peildatum kan niet vóór de aanvraagdatum liggen en moet maximaal 8 weken na die aanvraagdatum liggen;
referteperiode: periode van 3 jaar voor de peildatum;
van toepassing zijnde bijstandsnorm: het bedrag dat geldt voor een alleenstaande of gezin, als bedoeld in artikel 20, artikel 21 of artikel 22 van de wet. De kostendelersnorm, op grond van artikel 19a en 22a van de wet, voor het kunnen delen van de woonkosten, is niet van toepassing;
wet: Participatiewet