**1..** Het is verboden zonder voorafgaande melding aan burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder verstaat.
**3..** Bij de melding wordt een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie overlegd.
**4..** Burgemeester en wethouders laten binnen vier weken na ontvangsten van de melding weten of zij aan de gewenste uitweg voorschriften stellen of dat de gewenste uitweg in zijn geheel niet kan worden gerealiseerd.
**5..** Burgemeester en wethouders stellen voorschriften aan de gewenste uitweg indien het realiseren ervan:
gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse;
het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt;
de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad.
**6..** Burgemeester en wethouders weigeren slechts de aanleg van de uitweg als door de aanleg een voor het verkeer gevaarlijke situatie ontstaat die niet door het stellen van voorschriften kan worden voorkomen.
**7..** Burgemeester en wethouders stellen de indiener van de melding binnen zes weken na ontvangst van de melding op de hoogte van de voorschriften als bedoeld in het vierde lid of weigering van de aanleg als bedoeld in het zesde lid.
**8..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde ontwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement Noord Brabant.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.2
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2007