Inwoners kunnen op verschillende manieren melding doen van een ondersteuningsvraag. De melding is vormvrij en kan op de volgende manieren worden gedaan:
mondeling, via de publieksbalie in het gemeentehuis;
telefonisch, bij het BSL;
digitaal, via de website of per e-mail bij het BSL;
schriftelijk, aan de gemeente.
De melding mag ook door iemand anders worden gedaan, maar alleen als de inwoner daarvoor toestemming heeft gegeven. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn een familielid, een vriend of kennis, buren of een professional. Als er acute zorgen zijn over de veiligheid van het kind is toestemming van de inwoner niet nodig en wordt er een melding bij Veilig Thuis gedaan (zie hiervoor Deel II, paragraaf A Jeugdhulp, Crisishulp/Veilig Thuis).
Wettelijk wordt de melding in beginsel al als hulpaanvraag beschouwd, maar in de praktijk zal de inwoner pas een hulpaanvraag indienen nadat het onderzoek is afgerond. Immers, na het onderzoek is veelal pas duidelijk wat de hulpvraag is en wat de mogelijkheden voor hulp zijn. De hulpaanvraag gebeurt door het ondertekenen van het ondersteuningsplan (zie paragraaf 2.2.4) door de inwoner. De melding wordt schriftelijk of digitaal door het BSL bevestigd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.1.1
De Melding: melding hulpvraag
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2023