Het college trekt een standplaatsvergunning in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 9 van het marktreglement de vergunning wordt overgeschreven.
Het college kan een standplaatsvergunning intrekken:
als ter verkrijging daarvan onjuiste of niet volledig de gevraagde informatie is verstrekt;
als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 7 genoemde vereisten;
als er gedurende ten minste twee maanden geen gebruik van de vergunning is gemaakt.
Indien degene op wie een vergunning ingevolge het eerste lid sub b wordt overgeschreven, al een vergunning heeft voor een andere standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
HOOFDSTUK 3. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN