Alvorens de ontheffing bedoeld in artikel 10 te verlenen, wordt de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie in de provincie om advies gevraagd.
De in lid 1 gestelde verplichting geldt eveneens ten aanzien van de gebieden genoemd in de artikelen 7 en 9 van de verordening.
De in het eerste lid genoemde adviseur brengt zijn advies uit binnen 4 weken nadat het verzoek om advies aan hem is toegezonden.