Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Voorwaarden verlenen van ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Dantumadiel

1. Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de dienst of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang komt. 2. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3. Als de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd, dan deelt de secretaris dit met redenen mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. Als het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd, dan kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel