Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.1

Lokale object bewegwijzering

Onderdeel van Uniformering lokale bewegwijzering

Omschrijving Criterium Vanaf welk punt wordt bewegwijzerd alleen op gemeentelijke wegen pas na binnenkomst in de bebouwde kom voor objecten die zich in de bebouwde kom bevinden Maximaal aantal borden per object 8 Maximaal aantal borden per paal / drager 6 Combinatie met bruine doelverwijzingsborden mag Minimale hoogte onderkant bord 2.30 mtr. indien aan een lichtmast Bij flespalen geldt dit niet. Hoeveel meter voor kruispunt 10 – 25 mtr. voor zijweg Volgorde van de borden Van boven naar beneden: eerst doorgaande richting (als voor deze uitzondering wordt gekozen); dan links; daarna rechts; daarbinnen alfabetisch. Indien combinatie met bruine doelverwijzingsborden dan staat lokale objectbewegwijzering bovenaan. Aanduiding alleen als er van richting veranderd moet worden Richting aanduiding “rechtdoor” in principe niet alleen als er sprake is van een onduidelijke verkeerssituatie Type dragers lichtmast flespaal frame

Rechtspraak bij dit artikel