De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: de Wet Bibob) stelt het openbaar bestuur in staat zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd bij het verlenen van vergunningen en subsidies en het gunnen van opdrachten in het kader van aanbestedingen. Op 1 juli 2013 is de Wet Bibob gewijzigd door de inwerkingtreding van de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob. Het openbaar bestuur wordt met de wetswijziging in staat gesteld de Wet Bibob toe te passen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd bij het aangaan van vastgoedtransacties. Bij de toepassing van de Wet Bibob wordt de integriteit van de contractspartij en de bij de vastgoedtransactie betrokken (rechts)personen beoordeeld. Sinds 2013 valt de deelname van een rechtspersoon met een overheidstaak (zoals de gemeente) aan een rechtspersoon die een onroerende zaak in eigendom heeft of die (ver)huurt, ook onder het bereik van de Wet Bibob.
Met de wetswijziging per 1 augustus 2020 valt ook de vergroting, vermindering of beëindiging van een dergelijke deelname onder de Wet Bibob. Daarnaast is de Wet Bibob nu ook van toepassing als de rechtspersoon de onroerende zaak pas ná de (vergroting, vermindering of beëindiging van de) deelname verwerft of gaat huren (artikel 1 eerste lid, begripsbepaling ‘vastgoedtransactie’, sub 4 van de Wet Bibob). De wetswijziging per 1 augustus 2020 heeft ook tot gevolg dat het verlenen van toestemming door de eigenaar voor het vervreemden van erfpacht nu ook als een vastgoedtransactie wordt gekwalificeerd. Een rechtspersoon met een overheidstaak kan daardoor de Wet Bibob toepassen, voordat deze over het verlenen van toestemming beslist (artikel 1, eerste lid, begripsbepaling ‘vastgoedtransactie’, sub 5 van de Wet Bibob).