De Wet Bibob voorziet in een Landelijk Bureau Bibob bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: het LBB). Dit bureau adviseert over de mate van gevaar dat misbruik van de vastgoedtransactie, dan wel de al afgesloten overeenkomst, wordt gemaakt.
Op grond van artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob heeft het LBB de taak om aan de gemeente advies uit te brengen over:
de mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten;
de mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd; of
de feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd.
Op grond van artikel 5a van de Wet Bibob kan een rechtspersoon met een overheidstaak het LBB om advies vragen over een partij met wie een vastgoedtransactie is of wordt aangegaan:
voordat een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie;
in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd. Dit geldt alleen als één van de situaties zoals omschreven in artikel 9, derde lid, van de Wet Bibob zich voordoet.