Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2

Onderscheid

Onderdeel van Beleidslijn Wet Bibob vastgoed gemeente Gorinchem 2023

In deze beleidslijn wordt onderscheid gemaakt naar: vastgoedtransacties die betrekking hebben op risicocategorieën en risicogebieden die gevoeliger worden geacht voor criminele invloeden en vastgoedtransacties die daarbuiten vallen; vastgoedtransacties waarbij zich signalen van mogelijk (crimineel) misbruik voordoen en vastgoedtransacties waarbij dit niet het geval is; vastgoedtransacties die met overheidsinstanties worden aangegaan. Deze zijn in beginsel uitgezonderd van het overleggen van het Bibob-vragenformulier. Dit omdat het verwachte risico op criminele beïnvloeding bij dergelijke vastgoedtransacties en overeenkomsten klein is; vastgoedtransacties voortvloeiend uit een openbare selectieprocedure in het kader van gebiedsontwikkeling. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt en geldt dat deze altijd onderworpen worden aan een Bibob-toets. 3.2.1 Gronduitgifte in erfpacht (vestigen zakelijk recht) Risicocategorieën en gebieden Het uitgeven van de grond in erfpacht, dan wel het vestigen van andere zakelijke rechten, wordt alleen aan een Bibob-toets onderworpen als: de uitgifte betrekking heeft op een aantal specifiek benoemde risicocategorieën die gevoelig worden geacht voor criminele invloeden; of de uitgifte plaatsvindt binnen een specifiek omschreven risicogebied dat gevoelig wordt geacht voor criminele invloeden. De uitgifte in erfpacht wordt getoetst in het kader van de Wet Bibob door het uitreiken en invullen van het Bibob-vragenformulier. De risicocategorieën zijn: een commerciële openbare inrichting (horecabedrijf), zoals een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunt en maaltijdbezorging; elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was: logies wordt verstrekt (waaronder hotels, kamerverhuurbedrijven, pensions); dranken worden verstrekt/geschonken (waaronder commerciële openbare inrichtingen); spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid (waaronder een commerciële openbare inrichting); of rookwaren voor directe consumptie worden verstrekt (waaronder een coffeeshop); een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren (speelgelegenheid); een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer vaak wordt aangeduid als een smartshop of headshop; een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een horecabedrijf/openbare inrichting; een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt of daarin bemiddelt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte plaatsvindt (waaronder een escortbedrijf); een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd (waaronder een sekswinkel); een inrichting, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van onder andere speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b., van de Wet op de kansspelen (waaronder een speelautomatenhal); de volgende categorieën bedrijven: afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijf; wisselkantoor; wellnessbedrijf, zoals massagesalon, beautysalon, nagelstudio, zonnebankstudio of saunabedrijf; sportschool of fitnesscentrum; kapperszaak; belwinkel; internetcafé; uitzendbureau; opkoper en/of handelaar in gebruikte of ongeregelde goederen; belwinkel, internetcafé of gamecenter; kamerverhuurbedrijf; transportonderneming; autoverkoop- of -verhuurbedrijf (waaronder ook koop en verkoop van auto-onderdelen), autosloperij of schadeherstelbedrijf; sloopbedrijf; import- en exportbedrijf (handelsondernemingen; schoenen, kleren, onderdelen); vastgoedbedrijf; vuurwerkbranche; woon-/zorgkantoor waar bedrijfsmatig zorg wordt verleend zorgaanbieder; PGB-bureau; jachthaven; categorieën die een sterke relatie hebben met bovenstaande. De bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. De lijst van risicocategorieën kan, als nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college via een afzonderlijk besluit worden aangepast/aangevuld. 3.2.2 Risicogebieden Risicogebieden zijn gebieden binnen de gemeente Gorinchem die gevoelig worden geacht voor criminele invloeden. Het college kan risicogebieden via een afzonderlijk besluit aanwijzen. 3.2.3 Selectie in het kader van gebiedsontwikkeling Bij (openbare) selectieprocedures in het kader van uitgifte van (fiscaal) bouwrijpe grond vindt altijd een Bibob-toets plaats door het uitreiken en invullen van het Bibob-vragenformulier. 3.2.4 Transformatie (wijziging van een zakelijk recht) Bij een substantiële wijziging van de bestemming in de erfpachtakte, bijvoorbeeld bij de omzetting van een kantoorpand naar studentenhuisvesting of een hotel, wordt de partij aan een Bibob-toets onderworpen. Deze toets houdt in ieder geval in dat de partij het ingevulde en ondertekende Bibob-formulier moet overleggen. 3.2.5 Koop en verkoop van bestaande onroerende zaken (vestigen, verwerven of vervreemden van eeneigendomsrecht) Bij vastgoedtransacties die betrekking hebben op de koop of verkoop van bestaande onroerende zaken, wordt de partij aan een Bibob-toets onderworpen. Dit geldt als de (ver)koopovereenkomst valt binnen de onder 3.2.1 genoemde risicocategorieën of aangewezen risicogebieden. Deze toets houdt in ieder geval in dat de partij het ingevulde en ondertekende Bibob-vragenformulier moet overleggen. 3.2.6 Huur en verhuur Bij vastgoedtransacties van de gemeente die de huur of verhuur van onroerende zaken betreffen, waaronder ook een indeplaatsstelling(en), wordt de partij aan een Bibob-toets onderworpen. Dit geldt als de (ver)huurovereenkomst valt binnen de onder 3.2.1 genoemde risicocategorieën of aangewezen risicogebieden. 3.2.7 Gemeentelijke deelname aan een vennootschap Bij vastgoedtransacties die de deelname van de gemeente aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt betreffen, wordt de partij aan een Bibob-toets onderworpen, door het overleggen van het ingevulde en ondertekende Bibob-vragenformulier. Dit gebeurt alleen bij signalen van misbruik. Deze signalen kunnen blijken uit: de algemene toets vanuit de vastgoed (beleids)medewerker; een advies/tip van de Officier van Justitie, een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak op grond van artikel 26 van de Wet Bibob om een eigen onderzoek te doen en eventueel daarna de transactie voor nader onderzoek en advies voor te leggen aan het LBB; informatie van het RIEC Rotterdam; overige informatie waarover de gemeente beschikt. 3.2.8 Overige vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is Bij overige vastgoedtransacties waarbij de gemeente betrokken is, wordt de partij aan een Bibob- toets onderworpen, door het overleggen van het ingevulde en ondertekende Bibob-vragenformulier. Dit gebeurt alleen bij: de algemene toets vanuit de vastgoed (beleids)medeweker; een advies/tip van de Officier van Justitie, een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak op grond van artikel 26 van de Wet Bibob om een eigen onderzoek te doen en eventueel daarna de transactie voor nader onderzoek en advies voor te leggen aan het LBB; informatie van het RIEC Rotterdam; overige informatie waarover de gemeente beschikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel