Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.6

Activering immateriële vaste activa

Onderdeel van Nota Vaste Activa Gemeente Castricum 2023

Immateriële vaste activa zijn investeringen waar geen bezittingen tegenover staan. In artikel 34 van het BBV worden de immateriële vaste activa gedefinieerd als: kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en (dis)agio (zie hierna); kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; bijdragen aan activa in eigendom van derden. Indien aan de voorwaarden voldaan wordt kunnen deze kosten geactiveerd worden. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten opgenomen. ad 1 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en (dis)agio Disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. In het BBV is bepaald dat een lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moet worden gewaardeerd. Het verschil tussen het schuldbedrag en het door de geldgever verstrekte bedrag – het disagio – kan naar keuze al dan niet worden geactiveerd. Als het disagio wordt geactiveerd, vindt afschrijving plaats conform art. 64, lid 4 BBV waarin is bepaald dat de afschrijvingsduur van dergelijke kosten maximaal gelijk is aan de looptijd van de lening. Uitgangspunt De kosten van het sluiten van geldleningen en (dis)agio worden geactiveerd en afgeschreven over een termijn die maximaal gelijk is aan de looptijd van de lening. ad 2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden op grond van het BBV als immateriële activa aangemerkt. Voorbeelden van dit soort kosten zijn haalbaarheidsonderzoeken of kosten van deskundigen die diverse alternatieven uitwerken. Het zijn kosten die gemaakt worden voordat een definitieve keuze is gemaakt voor een bepaalde investering. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden afzonderlijk verantwoord en maken geen onderdeel uit van de uiteindelijke investering. Op grond van het BBV (artikel 60) mogen deze kosten alleen worden geactiveerd, als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan: de gemeente heeft de intentie om het actief te gebruiken of te verkopen; de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast; het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren; de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan is de maximaal toegestane afschrijvingstermijn voor deze immateriële activa 5 jaar. Als niet aan de hiervoor genoemde verplicht gestelde voorwaarden wordt voldaan mogen de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor plannen niet worden geactiveerd maar moeten deze in één keer ten laste van het begrotingssaldo worden gebracht. In principe worden kosten voor onderzoek en ontwikkeling niet geactiveerd tenzij dit voorbereidingskosten betreffen voor grondexploitaties. Het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa is alleen toegestaan indien voldaan wordt voorwaarden zoals deze in de notitie grondbeleid van de commissie BBV zijn vastgelegd (5. Bouwgronden in exploitatie · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Voorbereidende kosten zoals het bestek gereedmaken van een bepaalde investering vallen niet onder kosten voor onderzoek en ontwikkeling. Uitgangspunt Kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd en in maximaal vijf jaar worden afgeschreven indien aan de voorwaarden van art. 60 BBV en de notitie grondbeleid is voldaan. ad 3 bijdragen aan activa in eigendom van derden Een voorbeeld van de onder dit punt genoemde activa is een bijdrage ineens van de gemeente in de kosten van een clubgebouw. In het BBV (artikel 61) staat dat deze uitgaven mogen worden geactiveerd als aan in dat artikel benoemde vier voorwaarden wordt voldaan: er sprake is van een investering door een derde; de investering bijdraagt aan de publieke taak; de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Uitgangspunt Bijdragen aan activa in eigendom van derden mogen worden geactiveerd indien aan de in artikel 61 BBV (Artikel 61 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) genoemde voorwaarden wordt voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel