Voorliggende voorziening
De huurtoeslag kan met betrekking tot woonkosten van een woning in eigendom niet worden aangemerkt als een aan de bijstand voorliggende, passende en toereikende voorliggende voorziening aangezien de huurtoeslag niet geldt voor eigen woningen. Verzoeken om bijzondere bijstand voor aan een eigen woning verbonden woonlasten moeten worden beoordeeld op grond van artikel 35 lid 1 Participatiewet (Pw).
Recht op bijstand
Eigenaren van woningen hebben geen recht op huurtoeslag. Bij een laag inkomen en hoge woonkosten kunnen zij in aanmerking komen voor woonkostentoeslag. Anders dan bij woonkostentoeslag voor huurwoningen is woonkostentoeslag voor woningen in eigendom te kwalificeren als bijzondere bijstand in de zin van artikel 35 lid 1 Pw.
Een verschil is echter dat woonkostentoeslag aan eigenaren jarenlang kan voortduren, terwijl huurders doorgaans doorschuiven naar de huurtoeslag.
De aanvraag om bijzondere bijstand kan worden afgewezen als een belanghebbende in de voorafgaande periode geen inspanning heeft verricht om de woning te verkopen of om andere woonruimte te vinden.
Draagkracht
De draagkracht wordt bepaald conform hoofdstuk 5 in deze beleidsregels. Voor draagkracht bij een woonkostentoeslag geldt een afwijkende draagkrachtregel. Het inkomen boven 100% van de voor belanghebbende(n) geldende bijstandsnorm wordt als 100% draagkracht aangemerkt.
Hoogte en vorm van de bijstand
De hoogte van de bijstand is afhankelijk van de woonsituatie en –kosten. In geval er een woonkostentoeslag wordt verstrekt dan vindt de berekening plaats in overeenstemming met de Wet op de Huurtoeslag (WHT-systematiek).
Als de woonkostentoeslag langer dan een half jaar loopt, dan zal over de opvolgende periode een aparte berekening gemaakt worden gemaakt om de hoogte van de woonkostentoeslag over deze periode te bepalen. Dit vanwege een wijziging van de rekenhuur per 1 juli van het betreffende kalenderjaar.
De verantwoordelijkheid ligt hier bij de belanghebbende om dit tijdig door te geven.
De bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt.
Verplichtingen aan de bijstand
Een belangrijke overeenkomst tussen huurders en eigenaren is, dat er bij woonkosten boven de maximale huurgrens ook bij eigenaren een verhuisplicht moet worden opgelegd. Ook voor eigenaren geldt immers dat zij niet te duur moeten blijven wonen. Het opleggen van de verhuisplicht dient expliciet te gebeuren in de beschikking waarin de woonkostentoeslag wordt toegekend. Het college is dus op grond van artikel 55 Pw in beginsel bevoegd aan de toekenning van een woonkostentoeslag de voorwaarde te verbinden dat een belanghebbende binnen een te stellen termijn de nodige inspanningen verricht om zijn woning te verkopen en goedkopere woonruimte te zoeken. Na afloop van die termijn dient een individuele beoordeling plaats te vinden, omdat bijzondere omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat de woonkostentoeslag na afloop van die termijn moet worden voortgezet.
Hoofdstuk H7.
Artikel 27
Woonkostentoeslag eigenaren
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand 2023 Land van Cuijk