Naar hoofdinhoud
1.. De adviseur stelt de aanvrager en het bestuursorgaan in de gelegenheid om te worden gehoord. 2.. Indien de aanvrager of het bestuursorgaan wenst af te zien van de mogelijkheid te worden gehoord, stellen zij de adviseur daarvan schriftelijk in kennis. 3.. Van het horen wordt door de adviseur een verslag opgemaakt. 4.. De adviseur deelt tijdens of zo spoedig mogelijk na de hoorzitting aan het bestuursorgaan en de aanvrager mee op welke termijn hij advies zal uitbrengen.

Rechtspraak bij dit artikel