Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.3

Maatregelen

Onderdeel van Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021

Goede bereikbaarheid van onze werklocaties is voor zakelijk (vracht)verkeer en woon-werkpendel van toenemend belang. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is hiervoor essentieel. Dit is een lopend traject en staat beschreven in paragraaf 3.5.1. Op een aantal werklocaties zijn er hinderlijke en soms zelfs gevaarlijke situaties omdat vrachtwagens en fietsers van dezelfde verkeersruimte gebruik moeten maken. We verbeteren deze situaties door met aparte fietspaden, fietsers en vrachtverkeer waar mogelijk van elkaar te scheiden. Dit koppelen we aan geplande herprofileringen en aan prioriteiten op het gebied van verkeersveiligheid. We zetten naast de ontwikkeling van doorfietsroutes (zie paragraaf 3.5.2) bij werklocaties ook in op het opwaarderen van het gemeentelijk fietsnetwerk. Het scheiden van (delen) van het fietsnetwerk (schoolroutes) met het autonetwerk vormt hierbij een belangrijk onderdeel (fietsers en (vracht)auto’s gaan niet samen). Hiernaast wordt ingezet op een kwaliteitsimpuls: comfortabele verharding, directe routes (naar onder andere het NS-station), duidelijke bewegwijzering, verbeteren van de (sociale)veiligheid, goede verlichting en goede stallingsvoorzieningen (bij OV-haltes). In het Klimaatakkoord (zie paragraaf 1.3) en het Regionaal Mobiliteitsprogramma Noord-Holland Flevoland staan maatregelen beschreven die door middel van gedragsbeïnvloeding een reductie in CO2 beogen. Naast maatregelen of activiteiten vanuit de overheid, zoals campagnes, stimulering op verschillende modaliteiten en maatregelen gericht op brandstofbesparing in logistiek en transport, kunnen met name werkgevers het reisgedrag van hun werknemers beïnvloeden. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen zoals het verhogen van een fietsvergoeding voor werknemers, het promoten van nieuwe fietsroutes, het neerzetten van oplaadplekken voor e-bikes op werklocaties en promoten van deelmobilteit. Per bedrijventerrein wordt de komende jaren, als onderdeel van de werkgeversaanpak, een verkeersplan uitgewerkt gericht op de specifieke kenmerken, wensen en mogelijkheden van het terrein (de uitvoering hiervan ligt deels bij de bedrijven). Voor het Altongebied is in 2019 al een verkeersplan opgesteld. Op basis hiervan zijn concrete maatregelen uitgewerkt die tot uitvoering worden gebracht. Dit doen we samen met de Provincie vanwege de aansluitingen op de N242. De meer perifere werklocaties in Dijk en Waard zijn slecht met het huidig OV te bereiken (zie bijlage I). Het openbaar vervoer kampt sinds de coronacrisis met dalende aantallen passagiers en de exploitatie staat onder druk. Onduidelijk is of de coronacrisis een blijvend effect heeft op ons mobiliteitsgedrag. Blijven mensen collectieve vormen van vervoer vermijden om de trefkans met andere mensen te minimaliseren? Op het moment van schrijven van voorliggend Omgevingsprogramma was in ieder geval duidelijk dat intensivering van het openbaar busvervoer naar ‘klassieke bedrijventerreinen’ (zoals aangeven in de visie werklocaties) niet als reële optie gezien kan worden. Openbaar vervoer is vooral bedoeld voor grote geconcentreerde stromen, de hele dag door. Een terrein als Breekland/Vaandel is hierdoor niet aantrekkelijk voor OV-vervoerders. We zetten daarom in op alternatieven zoals excellente bereikbaarheid per fiets en eventueel aanvullend door bedrijven geïnitieerde en uit te voeren pendeldiensten in aansluiting op ploegendiensten.

Rechtspraak bij dit artikel