Bij het opleggen van verblijfsontzeggingen wordt onderscheid wordt gemaakt tussen 24-uurs verblijfsontzeggingen die door de politie-ambtenaar op straat kunnen worden opgelegd om direct te kunnen optreden tegen ordeverstoorders en langere verblijfsontzeggingen variërend van 2, 6 of 12 weken.
Bij het geven van een verblijfsontzegging op grond van artikel 2:75a van de APV in mandaat namens de burgemeester dient volgens de hiernavolgende instructies te werk te worden gegaan:
In de verblijfsontzegging wordt eenduidig aangegeven op grond van welke feiten de persoon de verblijfsontzegging ontvangt en wordt duidelijk aangegeven voor welk tijdvak de verblijfsontzegging geldt.
Tegen de betrokkene dient een proces-verbaal te zijn opgemaakt terzake van overtreding van de onder III van deze beleidsregels / gebruiksinstructie genoemde strafbare handelingen.
Dit criterium is bedoeld ter versteviging van de formele juridische basis van de identificatie van het individu aan wie een verblijfsontzegging zal worden aangezegd. Het is controleerbaar en bezit voldoende hardheid.
Indien het in verband met persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is, kan, overeenkomstig artikel 2:75a, lid 4 de verblijfsontzegging worden beperkt. Van deze beperking dient in uitzonderingsgevallen gebruik te worden gemaakt. Bijvoorbeeld in het geval de betrokkene in het gebied waarin de ontzegging van kracht is, werkt, woont of zijn postadres heeft, noodzakelijk een bezoek moet brengen aan een hulpverleningsinstantie, huisarts e.d. Het is aan de betrokkene de noodzaak hiertoe aan te tonen. In zulke gevallen wordt dat gebied zodanig aangepast dat die persoon een aanlooproute heeft naar en van zijn woning of werklocatie. Ook kan ervoor worden gekozen om in plaats van een route een beperking op te nemen dat hij het gebied waarvoor de verblijfontzegging geldt mag betreden indien hij kan bewijzen dat er een dringende noodzaak is om in het gebied te komen, bijv een afspraak bij de dokter.
De betrokkene dient te worden gehoord omtrent zijn belang aangaande de aanwezigheid in het aangewezen gebied. Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgelegd.
Indien de persoon aan wie de verblijfsontzegging gegeven moet worden, kan aantonen dat betrokkene een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt daarmede bij het opleggen van de verblijfsontzegging rekening gehouden, in die zin dat het verbod om in het gebied te verblijven niet geldt voor zover de aanwezigheid in het gebied een relatie heeft met het aangegeven zwaarwegende belang. Of iemand een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Het kan daarbij alleen gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, te weten indien betrokkene in het gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt. Zo'n aangevoerd belang zal telkens op zijn inhoud beoordeeld worden.
Een verblijfsontzegging is niet van toepassing op personen die zich binnen het aangewezen gebied bevinden in een openbaar middel van vervoer.
De verblijfsontzegging wordt in geval van staandehouding, aanhouding op heterdaad en aanhouding buiten heterdaad uitgereikt dan wel per aangetekende post verzonden aan de verdachte binnen twee weken na het gepleegde feit. In de verblijfsontzegging staat vermeld wanneer de ontzegging in werking treedt. In de praktijk zal dat de dagtekening van de verblijfsontzegging betreffen.
Artikel II.
Verblijfsontzeggingen
Onderdeel van Beleidsregels / gebruiksinstructie verblijfsontzeggingen Haarlem