Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de
financiële vaste activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen.
De volgende uitgangspunten gelden:
Overtollige liquide middelen worden uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat (Schatkistbankieren) of lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke diensten.
Het drempelbedrag voor het schatkistbankieren wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam.
Openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner dan of gelijk aan € 500.000.000 is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1.000.000 bedraagt.
Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal groter dan € 500.000.000 is het drempenbedrag gelijk aan € 10.000.000, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500.000.000 te boven gaat.
De intradaglimiet van de schatkistbankieren werkrekening bedraagt € 1.000.000.
Aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak.
De looptijd van uitzetting wordt afgestemd met de liquiditeitenplanning, zie artikel 7 van het statuut.
Het uitzetten van geld anders dan bij de Nederlandse Staat is toegestaan onder de voorwaarde dat de hoofdsom van de uitzetting wordt gegarandeerd.