De berekening van 2023 voor personen tot de pensioengerechtigde leeftijd is gebaseerd op de normenbrief vanuit de Rijksoverheid over 2022. Hierbij is de schatting van het belastbaar inkomen van bijstandsgerechtigden gehanteerd.
Het belastbaar inkomen is vervolgens geïndexeerd met de stijging van het wettelijk minimumloon.
Er is hiervoor gekozen omdat ten tijde van de berekening de nieuwe normenbrief van 2023 nog niet is gepubliceerd.
Om eventuele verschillen te minimaliseren is ervoor gekozen de 'geïndexeerde' normen van 2022 niet te indexeren naar 2023, maar om de normen opnieuw uit de normenbrief van 2022 te indexeren met de stijging van het wettelijk minimumloon (12,12%) (bron: rijksoverheid).
De berekening voor personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd is de bruto AOW van 2022 geïndexeerd met de stijging van het wettelijk minimumloon met 12,12%.
De bruto bedragen voor het vaststellen van het minimabeleid zoals genoemd in artikel 8 lid 3 van de verordening zijn bepaald op:
Eenpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 22.398,51
Eenpersoonshuishouden, niet-AOW gerechtigd € 21.835,15
Meerpersoonshuishouden, AOW-gerechtigd € 30.723,18
HOOFDSTUK 2
Artikel 4a
Minimabeleid
Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2023