Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3:

Hoogte geldlening, bijkomende kosten en notaris

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2019

1.. De geldlening, bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels, is ten hoogste de waarde van de woning in het economische verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, lid 2, sub d PW. 2.. De waarde van de woning wordt vastgesteld overeenkomstig de waarde zoals vermeld op de meest recente aanslag in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Woz). 3.. De kosten verbonden aan het afsluiten van de geldlening zoals de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, de pandovereenkomst, evenals de bijkomende kosten, komen ten laste van de belanghebbende. Voor deze kosten kan ambtshalve bijzondere bijstand om niet worden verleend. 4.. De notaris wordt schriftelijk verzocht een concept hypotheekakte of pandovereenkomst op te stellen. Hierin moet het maximale bedrag van de krediethypotheek of verpanding worden opgenomen, de aflossings- en rentebepalingen, de gestelde zekerheden, de verplichtingen en voorwaarden, de gebruikelijke hypotheekbedingen, de hoofdelijke aansprakelijkheid etc. Tevens wordt een afschrift van de toekenningsbeschikking naar de notaris gezonden. 5.. Ten aanzien van het vaststellen van pandrecht wordt de daarvoor bestemde procedure bij de Belastingdienst gevolgd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel