Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5:

Aflossingsvoorwaarden geldlening

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2019

1.. De aflossing van de geldlening duurt maximaal tien jaar (120 maanden). 2.. De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats. 3.. Het maandbedrag van de aflossing is minimaal € 50,00 wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld. 4.. Het meerdere van 120% van de ontvangen bijstandsnorm dient te worden aangewend voor de aflossing van de geldlening. 5.. Op de aflossingsruimte zoals bedoeld in voorgaand lid worden eventueel noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten in mindering gebracht. Wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. 6.. Wanneer belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd. 7.. Indien de bijstand wordt verstrekt aan een echtpaar of daarmee gelijkgestelden, zijn beiden verantwoordelijk voor de nakoming en zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de aflossing van de geldlening. 8.. Bovenstaande voorwaarden dienen te worden opgenomen in de hypotheekakte bij de notaris.

Rechtspraak bij dit artikel