Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3.

Voorwaarden doelgroep minima

Onderdeel van Beleidsregels minimabeleid gemeente Haarlemmermeer 2023

1.. Belanghebbenden met een netto maandinkomen tot en met 120% van de geldende bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld, en een vermogen onder de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 3 vallen binnen de doelgroep minima. 2.. Indien de aanvrager een netto maandinkomen heeft boven de 120% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, word de draagkracht berekend zoals omschreven in de artikelen 4 en 5. 3.. In afwijking van lid 1 en 2 bedraagt de draagkracht bij de kosten genoemd in de artikelen 10 , 11, 12 en 13 130% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld 4.. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken of die een minnelijk traject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) volgt, geldt dat het college enkel het inkomen meetelt waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. 5.. Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de Participatiewet. Belanghebbende mag over een vermogen beschikken dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 6.. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het Financieel besluit sociaal domein Haarlemmermeer. 7.. Van het uitgangspunt dat auto's meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: de auto (of motor), gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is (bijvoorbeeld wanneer een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 30.500). in de overige gevallen mag de waarde van de auto (of motor) niet meer bedragen dan maximaal € 2.500; is de waarde van de auto hoger dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één vervoermiddel (auto of motor) per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden nog een vervoermiddel (auto of motor) aanwezig is, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van de auto (inclusief btw) dient gebruik gemaakt te worden van het prijzenboekje van de ANWB. Van auto’s die wegens hun leeftijd (doorgaans 7 à 8 jaar of ouder) niet meer in deze uitgaven zijn opgenomen, wordt aangenomen dat hun waarde nihil bedraagt, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is (bijvoorbeeld bij oldtimers). 8.. Vermogen in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt niet in aanmerking genomen voor de verstrekking van de minimaregelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel