Naar hoofdinhoud
1). leder lid van de raad kan aan de burgemeester of aan het college van b&w schriftelijk vragen stellen volgens art. 155 lid 1 Gemeentewet. Het betreffende lid geeft hierbij aan dat de vragen schriftelijk dienen te worden afgehandeld. 2). De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 3). De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend, op papier of per e-mail. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad worden gebracht. 4). Beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, schriftelijk of per e-mail, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. 5). De antwoorden van de burgemeester of het college van b&w worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad medegedeeld. Als beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, krijgen de vragensteller en de raad daarvan gemotiveerd bericht via de griffier. Hierbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording plaatsvindt. 6). De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college van b&w gegeven antwoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel