In december 2015 heeft Nederland in Parijs ingestemd met een nieuw Klimaatakkoord van de Verenigde Naties. Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2, en liefst niet meer dan 1,5 graden Celsius.
Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent ten opzichte van 1990 wil verminderen. Om dit doel te halen is het Nationale Klimaatakkoord opgesteld, waarin overheid, organisaties en bedrijven in Nederland concrete afspraken hebben gemaakt. Vanuit de Europese Commissie wordt hier nog een stap bovenop gedaan. Sinds april 2021 is de doelstelling verhoogd naar 55% vermindering van de broeikasuitstoot. Als een van de onderdelen heeft de overheid het doel gesteld om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Mede vanwege de aardbevingsproblematiek en het stoppen van de gaswinning in Groningen. Om dat te behalen is het nodig dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen in Nederland aardgasvrij zijn, boven op de woningen die nu al aardgasvrij zijn. Deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is enorm en heeft een grote impact op de bijna zeven miljoen woningen en 1 miljoen overige gebouwen in Nederland. We ruilen onze individuele gasgestookte cv-ketels in voor duurzame aardgasvrije warmteoplossingen.
Gemeenten hebben een belangrijke regierol in deze transitie naar een aardgasvrije omgeving. In lijn met het door het kabinet gepresenteerde Klimaatakkoord werken we aan plannen op drie niveaus en zorgen we voor afstemming tussen die plannen:
Regionaal doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES) waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale beschikbare warmtebronnen, het verdeelvraagstuk van warmte binnen de regio, de benodigde infrastructuur en de ruimtelijke impact en kosten in beeld brengen.
Op gemeentelijk niveau doen we dat met deze Transitievisie Warmte.
De Transitievisie Warmte beschrijft hoe de gemeente samen met stakeholders de warmtevraag in de gebouwde omgeving op een aardgasvrije en duurzame manier kan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. Elke gemeente stelt uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte vast.
“In de Transitievisie Warmte legt de gemeenteraad een realistisch tijdpad vast waarop wijken van het aardgas gaan. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële alternatieve energie-infrastructuren (all-electric, (type) warmtenet etc.) bekend.”
Klimaatakkoord, 28 juni 2019
Voor wijken waar we gebiedsgericht de stap naar aardgasvrij maken, stellen we vervolgens een concreet plan van aanpak op, een zogenaamd (wijk)uitvoeringsplan. Twekkelerveld is de eerste wijk in Enschede waarvoor een uitvoeringsplan gemaakt wordt. De gemeente, corporaties en bewoners in Twekkelerveld onderzoeken samen wanneer welke straten worden aangesloten op een andere energiebron, wat daarvan de kosten zijn en wie het gaat uitvoeren. En gaan hier samen mee aan de slag. In deze plannen maken we een definitieve keuze voor het warmtealternatief voor de wijk, brengen we in kaart welke kosten hiermee gepaard gaan en spreken we af hoe we op een betaalbare manier een aardgasvrije wijk gaan realiseren. Die afspraken landen uiteindelijk in een beslissing op wijkniveau die als kader dient voor een complex, VvE, woning of ander gebouw, met een bijbehorend besluitvormingstraject.
Onderstaande figuur geeft de samenhang tussen bovenstaande planniveaus weer:
Figuur 2: Samenhang RES, RSW, Transitievisie Warmte, (wijk)uitvoeringsplan
Hoofdstuk
Artikel 1.1
De Nederlandse transitie naar aardgasvrij
Onderdeel van Transitievisie Warmte Enschede