**1..** Bij de gemeente worden aanvragen gedaan voor de aanleg van netwerken in de openbare ruimte. Dit gaat in sommige gevallen over de aanleg van een niet-openbaar netwerk. Bijvoorbeeld voor een communicatieverbinding tussen twee bedrijfsgebouwen, een (lokaal)warmtenet, een privé elektriciteitsnetwerk enzovoort. Meestal is de aanvraag afkomstig van een onderneming die in het kader van haar bedrijfsvoering of vanuit nagestreefde wettelijke- of maatschappelijke doelen dat niet-openbare netwerk nodig heeft. Daarnaast komt het voor dat een of meer burger(s) een aanvraag doen om een niet-openbaar netwerk aan te leggen.
**2..** Op basis van de Telecommunicatiewet heeft de gemeente een gedoogplicht voor openbare elektronische communicatienetwerken. Op basis van overige wetgeving (of een privaatrechtelijke overeenkomst) is er een (impliciete) gedoogplicht voor de openbare netwerken voor andere disciplines (onder andere water, gas en elektra).
**3..** In artikel 5.3 van de VOI is bepaald dat als de gemeente (op grond van het bepaalde in deze nadere regel) besluit de aanleg van een niet-openbaar netwerk te gedogen de VOI voor dat niet-openbare netwerk van toepassing is.
**4..** In veel gevallen kan het gewenste netwerk ook gerealiseerd worden via (meestal reeds aanwezige) openbare netwerken. Die openbare netwerken zijn aangelegd en worden beheerd door bij wet aangewezen netbeheerders waarmee de gemeente een structurele overleg- en samenwerkingsrelatie heeft. De aanleg en het beheer van netwerken door die netbeheerders heeft altijd de voorkeur. Daarom is de gemeente terughoudend met het gedogen van niet-openbare netwerken.
**5..** In een aantal gevallen is het echter wenselijk of zelfs noodzakelijk om de aanleg van een niet-openbaar netwerk toch te gedogen. Bijvoorbeeld als de aanleg van een niet-openbaar netwerk het algemeen belang dient (bijvoorbeeld in het kader van de energietransitie). De gemeente kan besluiten om een niet-openbaar netwerk te gedogen, in dat geval ontvangt de netbeheerder een formele gedoogbeschikking (een instemmingsbesluit of een vergunning, op grond van de VOI).
Dit betekent dat bij de aanvraag van een instemmingsbesluit of een vergunning voor een niet-openbaar netwerk een door een (aspirant) netbeheerder aangeleverde onderbouwing, waarin een zorgvuldige belangenafweging is opgenomen, bijgevoegd moet worden. Hiermee wordt precedentwerking voorkomen.
**6..** Vanuit het gemeentelijk oogpunt van transparantie en eenduidigheid zijn daarom voorwaarden voor het gedogen van een niet-openbaar netwerk vastgelegd in deze nadere regel. Het college heeft in sommige gevallen, op basis van de hardheidsclausule (artikel 6), de bevoegdheid om af te wijken van de bepalingen van deze nadere regel.
**7..** Niet-openbare netwerken worden in beginsel niet gedoogd. Als voorbeeld zijn hier veel voorkomende aanvragen voor niet-openbare netwerken die niet worden toegestaan opgesomd:
aansluitingen voor laadpalen vanaf een woning of ander gebouw, die niet door de aangewezen netbeheerder wordt aangelegd. Deze aansluiting moet verzorgd worden door de aangewezen netbeheerder;
elektronische communicatienetwerken die niet vallen onder een openbaar elektronisch communicatienetwerk conform de telecommunicatiewet.