Geen recht op een persoonlijk minimabudget heeft de persoon die:
het jaar voorafgaand aan de peildatum gezien zijn/haar krachten en bekwaamheden uitzicht had op inkomensverbetering. Iemand heeft zicht op inkomensverbetering als er zicht is op het verwerven van een baan of inkomsten hoger dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
het jaar voorafgaand aan de peildatum onvoldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Voor het beoordelen van de inspanningsverplichting wordt uitgegaan van al dan niet opgelegde maatregelen of sancties. Als gedurende de referteperiode geen maatregel of sanctie is opgelegd, heeft belanghebbende aan de inspanningsverplichting voldaan;
op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS), dan wel in de periode van een jaar voorafgaand aan de peildatum een studie heeft gevolgd of op de peildatum volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) dan wel in dat jaar ander uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs heeft gevolgd of op de peildatum volgt;
op de peildatum geen recht heeft op algemene bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, onderdeel d van de wet;
op de peildatum op grond van artikel 2, derde lid van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) bijstand ontvangt op grond van de wet maar zich niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking omdat hij voornemens is een eigen bedrijf te starten en zich hierop aan het voorbereiden is;
als statushouder gedurende de referteperiode onder de verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) viel.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Geen recht
Onderdeel van VERORDENING PERSOONLIJK MINIMABUDGET HARDINXVELD-GIESSENDAM