De gemeente Laarbeek heeft de volgende aanvullende gebiedsspecifieke voorwaarden gesteld voor het hergebruiken van grond en baggerspecie.
3.2.1Toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Laarbeek
Het gebiedsspecifieke bodembeleid zoals beschreven in deze paragraaf, is alleen van toepassing bij hergebruik van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Laarbeek. Dit is van belang in verband met het stand-still-principe als beleidsuitgangspunt. Op lokaal niveau is een geringe verslechtering van de kwaliteit toegestaan, maar de gemiddelde kwaliteit van de grond binnen het totale bodembeheergebied wordt niet slechter.
Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt dat de kwaliteit van een toe te passen partij grond of baggerspecie moet passen bij zowel de kwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Om na te kunnen gaan of en welke knelpunten het generieke beleid voor de gemeente Laarbeek oplevert, zijn de bodemkwaliteitskaarten vergeleken met de bodemfunctieklassenkaart. Hieruit volgt dat het generieke toepassingskader tot een aantal problemen kan leiden:
Partijen grond (of baggerspecie) die vrijkomen op verdachte locaties moeten voor hergebruik worden gekeurd. Als hieruit blijkt dat het grond betreft van bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie, dan is de partij door een gebrek aan afzetmogelijkheden veelal niet herbruikbaar binnen de gemeente Laarbeek. Hierdoor moeten er hogere kosten gemaakt worden voor het afvoeren van de grond.
De gemeente Laarbeek heeft een algemene bodemkwaliteit die voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000). De toe te passen grond op deze locaties dient ook te voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000), terwijl er op basis van de bodemfunctie licht verontreinigde grond (klasse Wonen of Industrie) zou kunnen worden toegepast. Met het aanvoeren van grond met kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (AW2000) zijn hogere kosten gemoeid, dan met het aanvoeren van grond van de klasse Wonen of Industrie.
De milieubelasting van het verkeer vormt een bron van bodemvervuiling. Bij wegen vindt beïnvloeding van de bodemkwaliteit plaats door infiltrerend, afstromend en verstoven wegwater en door belasting via de lucht. Het is daarom niet zinvol schone grond (Landbouw/Natuur) te gebruiken bij de aanleg van wegen inclusief bermen, wetende dat de bodem in een aantal jaren (licht) vervuild zal raken.
Om extra ruimte te creëren voor grondverzet kiest de gemeente Laarbeek op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit voor gebiedsspecifiek beleid.
De gemeente Laarbeek kiest ervoor om bij het toepassen van grond en baggerspecie afkomstig uit het bodembeheergebied van de gemeente Laarbeek de bodemfunctie leidend te maken bij de beoordeling of een partij grond of baggerspecie mag worden toegepast. De kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem wordt dus buiten beschouwing gelaten. Er vindt geen dubbele toets plaats; de kwaliteit hoeft alleen te passen bij de functie die de bodem heeft (dus alleen toetsing aan bodemfunctieklassenkaart).
Dit betekent bijvoorbeeld dat op nieuw aan te leggen bedrijventerreinen grond en baggerspecie mag worden toegepast van de kwaliteitsklasse Industrie (of beter), mits deze uit de gemeente Laarbeek zelf afkomstig is. De gemeente Laarbeek creëert hierdoor meer afzetmogelijkheden voor partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de toepassingseisen volgens het generieke toetsingskader.
Het Besluit bodemkwaliteit schrijft het uitvoeren van een risicobeoordeling voor bij het vaststellen van lokale Maximale Waarden. Voordeel van het aansluiten bij de maximale waarden voor de standaard bodemfunctieklassen is dat een risicobeoordeling niet meer noodzakelijk is. Deze normwaarden leiden namelijk per definitie niet tot onaanvaardbare risico’s voor mens, dier en plant. Deze zijn namelijk reeds door de rijksoverheid op basis van een risicobeoordeling afgestemd op de meest gevoelige bodemfunctie; er kunnen dus geen gebruiksrisico’s ontstaan.
De bodemfunctieklassenkaart geldt dus tevens als gebiedsspecifieke toepassingskaart voor grond afkomstig uit de gemeente Laarbeek.
In tabel 3.3 zijn de mogelijkheden voor grondverzet op basis van het gebiedsspecifiek kader van het Besluit bodemkwaliteit in de gemeente Laarbeek weergeven.
Tabel 3.3:Mogelijkheden grondverzet Laarbeek (Gebiedsspecifiek toetsingskader Besluit bodemkwaliteit)
Bodemkwaliteitszone
Ontgravingskaart
Functieklasse2
Maximale toepassingswaarden3
Bovengrond
Ondergrond4
B1. Bebouwd gebied
Landbouw/ natuur
Landbouw/ natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
B2. Buitengebied
Landbouw/ natuur
Landbouw/ natuur
Overig (landbouw/natuur)
Landbouw/ natuur
Uitgesloten locaties1
N.v.t.
N.v.t.
Overig (landbouw/natuur)
Landbouw/ natuur
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Op deze locaties wordt een slechtere bodemkwaliteit verwacht dan in de omgeving.
Binnen een bodemkwaliteitszone kunnen meerdere bodemfunctieklassen voorkomen (zie § 2.1). In deze tabel is de hoofdfunctie weergegeven. Industrieterreinen welke bijvoorbeeld liggen in zone B1, hebben conform § 2.1 ook de functie Industrie, waardoor op basis van gebiedsspecifiek beleid het toegestaan is om grond met kwaliteitsklasse Industrie toe te passen.
De maximale toepassingswaarden gelden alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de gemeente Laarbeek (gebiedsspecifiek beleid).
De ontgravingskaart van de ondergrond wordt tevens representatief geacht voor grond afkomstig uit diepere bodemlagen dan 2 m-mv. Dit betekent dat de bodemkwaliteitskaart ook als bewijsmiddel van vrijkomende grond uit grotere diepten mag worden gebruikt.
3.2.2Tijdelijke opslag
Eén van de wettelijke voorschriften voor de tijdelijke opslag van grond of baggerspecie is dat de kwaliteit ervan beter moet zijn dan de kwaliteitsklasse van de onderliggende bodem indien de opslag langer duurt dan zes maanden.
Bij grondverzet volgens het gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Laarbeek, leidt dit mogelijk tot problemen. Er kan zich namelijk een situatie voordoen waarin de ontvangende bodem bijvoorbeeld schoon is, maar waar wel partijen grond van de kwaliteitsklasse Wonen mogen worden toegepast op grond van het gebiedsspecifieke toetsingskader. Diezelfde partijen grond zouden daar dan niet tijdelijk mogen worden opgeslagen. Dat staat haaks op de definitie van tijdelijke opslag die in het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen: "De tijdelijke toepassing van grond/baggerspecie voorafgaand aan de definitieve nuttige toepassing".
Gezien deze discrepantie is door de gemeente Laarbeek het volgende besloten:
Partijen grond die volgens de gebiedsspecifieke toepassingseisen op een bepaalde locatie binnen de gemeente mogen worden toepast, mogen eveneens - voorafgaand aan de definitieve toepassing – tijdelijk op deze toepassingslocatie worden opgeslagen.
De andere voorwaarden voor de tijdelijke opslag uit het Besluit bodemkwaliteit blijven onveranderd van kracht.
3.2.3Bijmengingen bodemvreemde materialen in grond en baggerspecie
Het Besluit bodemkwaliteit stelt in artikel 34 dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) mag bevatten, anders mag het niet als grond of baggerspecie worden toegepast. Alle andere bodemvreemde materialen (glas, metaal, plastic, piepschuim, ect.) mogen hoogstens sporadisch in de partij voorkomen.
De gemeente Laarbeek vindt het maximale percentage van 20 % in vele gevallen te hoog. Indien 20 % bodemvreemd materiaal zonder meer wordt toegestaan, ontstaat ook een verslechtering in bijvoorbeeld de fysische en cultuurtechnische eigenschappen. Bovendien kan verdergaande verwering van bodemvreemde materialen later alsnog leiden tot ongewenste bodembelasting met verontreinigende stoffen.
Op grond van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit wordt daarom bepaald dat binnen de gemeente Laarbeek, met uitzondering van grootschalige bodemtoepassingen (exclusief leeflaag), alleen grond en baggerspecie mag worden toegepast met een maximaal percentage bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) van 5 gewichtsprocent. Bovendien mag de toe te passen grond in de gemeente Laarbeek geen visueel herkenbare asbesthoudende materialen bevatten.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Gebiedsspecifiek (lokaal) toetsingskader gemeente Laarbeek
Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Laarbeek 2022-2033