Bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs in een niet bewoonde woning wordt gekeken of er sprake is van indicaties dat er vanuit een woning in drugs wordt gehandeld.
Indien er een handelshoeveelheid wordt aangetroffen én er sprake is van één of meer van de hiervoor genoemde indicaties, volgt in beginsel een sluiting. Indien er minder dan een handelshoeveelheid wordt aangetroffen volgt geen sluiting, tenzij er duidelijke indicaties zijn dat de woning wordt gebruikt als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers of er sprake is van het aantreffen van verzwarende omstandigheden zoals een wapen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1