Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2.

Artikel 1.2.2.

Wettelijk kader en reikwijdte van de beleidsregels

Onderdeel van Beleidsregels afwijken bestemmingsplannen gemeente Westervoort

Wettelijk kader Het geldende bestemmingsplan is het planologisch regime waaraan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en verzoeken worden getoetst. In het bestemmingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Zo staat hierin bijvoorbeeld waar kan worden gebouwd, met welke afmetingen en hoe percelen en gebouwen mogen worden gebruikt. Wanneer een bouwplan of ontwikkeling niet valt onder de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen en in strijd is met het bestemmingsplan zijn er drie manieren om van het bestemmingsplan af te wijken (artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 1°, 2° en 3° van de Wabo): Binnenplanse afwijkingen (onder 1°) afwijken met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels over de afwijking. Buitenplanse afwijkingen (onder 2°) afwijken met toepassing van de lijst uit artikel 4 van bijlage II van de Bor. Dit wordt ook wel de ‘kruimellijst’ genoemd. Overige afwijkingen (onder 3°). Hiertoe dient een uitgebreide procedure te worden gevolgd (in tegenstelling tot het binnenplans en buitenplans afwijken, waarvoor een reguliere procedure geldt). Daarnaast dient een goede ruimtelijke onderbouwing te worden aangeleverd. Een aanvraag die in strijd is met het bestemmingsplan moet van rechtswege worden beschouwd als een verzoek om van het bestemmingsplan af te wijken. Het afwijken van bestemmingsplannen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Op grond van artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan het bestuursorgaan toekomende bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. Reikwijdte beleidsregels afwijken bestemmingsplannen Dit beleidskader bevat beoordelingsregels voor de categorieën van gevallen die zijn opgenomen in artikel 4 van Bijlage II van het Bor. Het gaat daarbij om de veel voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen zoals het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, het plaatsen van een grondgebonden zonnepaneleninstallatie en het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. De wet geeft de gemeente beleidsvrijheid in de wijze van toepassing van de afwijkingsmogelijkheden en legt niet vast wanneer de gemeente een vergunning al dan niet moet verlenen. Het besluit om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen dient altijd gemotiveerd te worden. Om die reden is het wenselijk beleidsregels op te stellen, zodat het voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers vooraf duidelijk is in welke gevallen medewerking kan worden verleend. Als zich een geval voordoet die niet is uitgewerkt in beleidsregels, maar wel is opgenomen in artikel 4 van bijlage II van de Bor, zal en afzonderlijk afweging (ad hoc) plaatsvinden. Ook voor de afwijkingsmogelijkheden genoemd in bestemmingplannen is het zinvol om een aanvullend afwegingskader te hebben. De algemene afwijkingsregels in dit beleidskader voorzien hierin.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel